Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT6402.

Ad 2: Blijkens artikel 29, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering blijft de cautie beperkt tot gevallen waarin iemand als verdachte wordt gehoord. De strekking van dit artikel - het behoeden van een verdachte tegen ongewilde medewerking aan zijn eigen veroordeling - brengt mee dat als verhoor als bedoeld in dit artikel worden beschouwd alle vragen aan een door een opsporingsambtenaar als verdacht aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een geconstateerd strafbaar feit (Hoge Raad 2 oktober 1979, NJ 1980, 243). De vraag van de verbalisanten in de onderhavige zaak, inhoudende de vraag waar aangeefster zich bevond, kan niet worden aangemerkt als een vraag van een opsporingsambtenaar aan een verdachte betreffende zijn betrokkenheid bij een geconstateerd strafbaar feit. Verbalisant [verbalisant 2] behoefde verdachte derhalve niet de cautie te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeec2a5669197bea98d7d2b3f90acc853897b2ba53ffa7f9705fb8aa4826a358. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeec2a5669197bea98d7d2b3f90acc853897b2ba53ffa7f9705fb8aa4826a358, en de alinea staat in dat document op bytes 7553 tot 8454.