Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT6402.

8. 's Hofs oordeel dat de vraag van de verbalisanten waar de aangeefster zich bevond niet kan worden aangemerkt als een vraag van een opsporingsambtenaar aan een verdachte betreffende zijn betrokkenheid bij een geconstateerd strafbaar feit(3) en dat de verdachte derhalve in verband met deze vraag niet op zijn zwijgrecht hoefde te worden gewezen, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Dat de verbalisanten op het moment dat zij de verdachte vroegen waar aangeefster zich bevond ervan op de hoogte waren dat aangeefster reeds eerder aangifte had gedaan en dat zij wisten van de SMS-berichten, doet aan het voorgaande niet af. Die omstandigheden maken de vraag naar de plaats waar aangeefster verbleef immers niet een vraag aan de verdachte over diens betrokkenheid bij een jegens aangeefster gepleegd strafbaar feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eeec2a5669197bea98d7d2b3f90acc853897b2ba53ffa7f9705fb8aa4826a358. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eeec2a5669197bea98d7d2b3f90acc853897b2ba53ffa7f9705fb8aa4826a358, en de alinea staat in dat document op bytes 10751 tot 11619.