Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 november 2011

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 1 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT6444.

3.3 Op grond van artt. 449 en 450 Sv, zoals uitgelegd in HR 22 december 2009, NJ 1010, 102 m.nt. Borgers, is het een advocaat toegestaan om aan een medewerker van de griffie een schriftelijke bijzondere volmacht te verlenen om namens de verdachte beroep in cassatie in te stellen. De volmacht waarmee de advocaat een griffiemedewerker hiertoe machtigt moet voldoen aan de in art. 450 lid 1 sub a Sv geformuleerde eis. Dit betekent dat de volmacht de verklaring van de advocaat inhoudt, dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van het beroep.(1) In het genoemde arrest (r.o.v. 3.7) overwoog de Hoge Raad dat het niet onredelijk is om onder andere deze eis aan een advocaat te stellen en dat ervan uitgegaan moet worden dat de wetgever niet heeft willen weten van de mogelijkheid tot herstel van een verzuim bij het langs deze weg doen aanwenden van een rechtsmiddel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea590fa3b4130fd5d2aeb3a812c20c56e2cb3fa4f8c9311b32919f46d23263c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea590fa3b4130fd5d2aeb3a812c20c56e2cb3fa4f8c9311b32919f46d23263c3, en de alinea staat in dat document op bytes 6884 tot 7796.