Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT6449.

Nadat hij mijn gezicht heeft weggeduwd, voel ik een trap tegen mijn borst. Ik zie dat [betrokkene 1] met zijn been tegen mijn borstkast trapt. Ik kon blijven staan. (...) Ik voelde dat [betrokkene 1] kennelijk met kracht mijn shirt beetpakte en zijn ander hand om mij keel deed. Ik voelde dat hij in mijn keel kneep. Ik dacht dat ik doodging en heb toen met het kopje in mijn linkerhand uitgehaald naar [betrokkene 1]. Ik zag dat het kopje tegen het gezicht van [betrokkene 1] aankwam. Ik zag dat het gezicht van [betrokkene 1] begon te bloeden. Ik zag dat [betrokkene 1] meteen daarop wegrende in de richting van het politiebureau.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d7833dfc0d55521e48edd3efd98aecccffe70b74f2797b92f16f7403e38fe1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d7833dfc0d55521e48edd3efd98aecccffe70b74f2797b92f16f7403e38fe1e, en de alinea staat in dat document op bytes 12112 tot 12757.