Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT6449.

3.7 Ik stel voorop dat indien door of namens de verdachte een beroep is gedaan op noodweer, de rechter moet onderzoeken of het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding of onder omstandigheden een onmiddelijke dreigend gevaar voor zo een aanranding.(1) Dit vereist onder meer dat de verdachte heeft gehandeld uit verdedigingswil. Onder noodweer valt derhalve niet het inzetten van een directe tegenaanval op een belager, op het moment dat er geen sprake (meer) is van een (dreigende) ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.(2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d7833dfc0d55521e48edd3efd98aecccffe70b74f2797b92f16f7403e38fe1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d7833dfc0d55521e48edd3efd98aecccffe70b74f2797b92f16f7403e38fe1e, en de alinea staat in dat document op bytes 14176 tot 14844.