Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT6449.

3.10 In de onderhavige zaak heeft het hof vastgesteld dat verdachte met een kopje in zijn hand heeft uitgehaald op het moment dat hij zich had ontworsteld aan de greep om zijn keel door het latere slachtoffer en hij achterwaarts liep omdat hij zag dat het latere slachtoffer hem wilde slaan. Op grond hiervan heeft het hof geoordeeld dat verdachte, die dus de ruimte had om zich te bevrijden uit de greep van het latere slachtoffer en naar achteren te lopen, weg had kunnen lopen in plaats van naar het slachtoffer uit te halen. Voorts heeft het hof kennelijk geoordeeld dat van verdachte onder de gegeven omstandigheden ook mocht worden verlangd dat hij de mogelijkheid om te vluchten benutte en zich uit de voeten maakte. Dit oordeel heeft het hof echter niet gemotiveerd. Mede in aanmerking genomen dat verdachte het slachtoffer heeft geslagen, terwijl verder geweld van diens kant nog dreigde, maakt dit de verwerping van het verweer zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet zonder meer begrijpelijk. Het middel slaagt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d7833dfc0d55521e48edd3efd98aecccffe70b74f2797b92f16f7403e38fe1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d7833dfc0d55521e48edd3efd98aecccffe70b74f2797b92f16f7403e38fe1e, en de alinea staat in dat document op bytes 18238 tot 19288.