Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011

Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT7086.

13. Volgens de toelichting op de middelen is het oordeel van het Hof dat verzoeker als medepleger moet worden aangemerkt, aangezien sprake is geweest van een bewuste nauwe en volledige samenwerking tussen verzoeker en de medeverdachte [medeverdachte], bij zowel de voorbereiding als de uitvoering van het ombrengen van het slachtoffer [slachtoffer], onbegrijpelijk, althans onvoldoende dan wel ontoereikend gemotiveerd. Ten aanzien van verzoeker blijkt (i) in de voorbereidingsfase slechts de enkele wetenschap van het plan [slachtoffer] van het leven te beroven en (ii) in de uitvoeringsfase louter de enkele aanwezigheid ten tijde van het plegen van de moord en - als daarvan al sprake zou zijn - het zich niet distantiëren daarvan. Uit het op grond van de verklaring van verzoeker(5) door het Hof vastgestelde feit dat verzoeker is weggelopen, terwijl [medeverdachte] nog aan het slaan was, volgt, aldus de steller van het middel, dat verzoeker zich juist wel heeft gedistantieerd van die geweldshandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed8b5c8f9d5f71290f2fe2c5133253c34b20dfdeaac5a4b11383bd12e6f9fe53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed8b5c8f9d5f71290f2fe2c5133253c34b20dfdeaac5a4b11383bd12e6f9fe53, en de alinea staat in dat document op bytes 36272 tot 37295.