Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2011
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT7270.
3.5. Ingevolge art. 359, derde lid Sv moet de beslissing dat het tenlastegelegde feit door de verdachte is begaan steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Bij de i.c. door het hof gehanteerde promiswerkwijze wordt de bewijsmotivering terstond uitgewerkt in het arrest, hetgeen wil zeggen dat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt in de bewijsredenering in het arrest worden opgenomen en dat wordt volstaan met verwijzing in een voetnoot naar de wettige bewijsmiddelen waaraan deze feiten en omstandigheden zijn ontleend. Met betrekking tot de promiswerkwijze heeft Uw Raad in HR 15 mei 2007 (LJN BA0424, NJ 2007/387) benadrukt dat - kort gezegd - de verwijzing naar wettige bewijsmiddelen in ieder geval zo nauwkeurig dient te zijn dat kan worden beoordeeld of de bewezenverklaring in toereikende mate steunt op de inhoud van de betreffende bewijsmiddelen. Het komt er in dit verband op neer dat de feitenrechter er bij het hanteren van de promiswerkwijze voor zal moeten zorgen dat de bronnen van het bewijs door de cassatierechter langs eenvoudige weg kunnen worden gevonden en dat zijn redeneerstappen voor de cassatierechter goed te volgen zijn.(2)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e9aff94a0d75e355de75c55631827aad5e7bca1e40e8bb7b4bdfb7fff70df9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e9aff94a0d75e355de75c55631827aad5e7bca1e40e8bb7b4bdfb7fff70df9b, en de alinea staat in dat document op bytes 15643 tot 16927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e9aff94a0d75e355de75c55631827aad5e7bca1e40e8bb7b4bdfb7fff70df9b | shasum -a 256