Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2011

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT7487.

Zij hebben aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat het toenmalige bestuurscollege van de Bovenwindse Eilanden, afdeling Sint Eustatius, zich bij schrijven van 25 augustus 1965 verbonden heeft om het terrein aan de erven over te dragen en de kosten van opmeting en overdracht daarvan ten behoeve van de erven voor zijn rekening te nemen. Volgens de erven maakt het terrein deel uit van het terrein dat aan het Eilandgebied is overgedragen door wijlen [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3]) ten behoeve van zes families waaronder de familie [E]. Het terrein behoort niet in eigendom toe aan het Eilandgebied, maar aan de erven, zodat het Eilandgebied het terrein onrechtmatig onder zich houdt. De erven hebben gewezen op het schrijven van mr. H. van Breda, rechter in het GEA, van 10 mei 1976, waarbij concrete afspraken zijn gemaakt om de zaak af te handelen. Nu het Eilandgebied zich echter niet houdt aan zijn verplichtingen en zijn verbintenissen niet nakomt, pleegt het Eilandgebied wanprestatie en handelt het onrechtmatig, aldus de erven (rov. 2.3 vonnis hof).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e64897a503e4a8d7bf1bdcf3ec3559cbfa8cb0373deaa556e42ec4f727b906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e64897a503e4a8d7bf1bdcf3ec3559cbfa8cb0373deaa556e42ec4f727b906, en de alinea staat in dat document op bytes 12179 tot 13263.