Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2011

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT7487.

3.17 Voor zover de klacht aan de daaraan te stellen eisen voldoet, faalt zij. Indien er al vanuit moet worden gegaan dat het in algemene bewoordingen gestelde bewijsaanbod (tevens) een aanbod tot getuigenbewijs omvat(15), geldt ingevolge het bepaalde in art. 145 lid 1 in verbinding met art. 280 lid 1 RvNA dat de erven in beginsel in hoger beroep tot getuigenbewijs moeten worden toegelaten indien zij voldoende specifiek bewijs aanbieden van feiten die tot de beslissing van de zaak kunnen leiden. Dit brengt mee dat van hen in beginsel mag worden verwacht dat zij voldoende concreet aangeven op welke van hun stellingen dit bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring zouden kunnen afleggen.(16) Tegen deze achtergrond heeft het hof geen verkeerde maatstaf aangelegd. Het oordeel van het hof is in het licht van de algemene bewoordingen van het aanbod evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39e64897a503e4a8d7bf1bdcf3ec3559cbfa8cb0373deaa556e42ec4f727b906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39e64897a503e4a8d7bf1bdcf3ec3559cbfa8cb0373deaa556e42ec4f727b906, en de alinea staat in dat document op bytes 30889 tot 31819.