Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011
Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT7494.
2.8 Op grond van art. 130 lid 3 Rv. is een verandering of vermeerdering van eis tegen een partij die niet in het geding is verschenen, uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan haar kenbaar heeft gemaakt. De ratio hiervan is dat voorkomen moet worden dat de niet verschenen gedaagde tot iets kan worden veroordeeld waarvan hij niet weet en niet kan weten dat en waarom het is gevorderd(28). De regel vormt derhalve een uitvloeisel van het beginsel van hoor en wederhoor. Bij het hier bedoelde exploot moet de eiser de dagvaardingstermijn in acht nemen (art. 120 lid 3 Rv.). Zijn van meer gedaagden enkele wel verschenen, dan is een eiswijziging ten opzichte van de wel verschenen gedaagden gewoon mogelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e13ff64026c6e60eec6ebe39861e321cb6cd211ca345d7932e973145f970a721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e13ff64026c6e60eec6ebe39861e321cb6cd211ca345d7932e973145f970a721, en de alinea staat in dat document op bytes 38048 tot 38810.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e13ff64026c6e60eec6ebe39861e321cb6cd211ca345d7932e973145f970a721 | shasum -a 256