Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT7494.

2.12 Ik zie een spanning tussen deze opvatting en de hiervoor onder 2.8 genoemde ratio van het derde lid van art. 130 dat moet worden vermeden dat een gedaagde of geïntimeerde tot iets kan worden veroordeeld waarvan hij niet weet en niet kan weten dat en waarom het is gevorderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e13ff64026c6e60eec6ebe39861e321cb6cd211ca345d7932e973145f970a721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e13ff64026c6e60eec6ebe39861e321cb6cd211ca345d7932e973145f970a721, en de alinea staat in dat document op bytes 41113 tot 41407.