Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011
Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT7494.
Het feit dat de wetgever in 2002 het verdedigingsbeginsel nog eens heeft onderstreept door het voorschrift in de wet op te nemen dat een eiswijziging aan de niet-verschenen gedaagde moet worden betekend om toelaatbaar te zijn, sterkt mij in de gedachte dat de mogelijkheid om het appel nader in de memorie van grieven te omlijnen, ingeval van verstek, beperkt moet worden opgevat. Zowel een nadere omlijning van het appel die met zoveel woorden als een wijziging van eis wordt gebracht, als een nadere omlijning die neerkomt op een wijziging van eis, dient m.i. onder het voorschrift van art. 130 lid 3 Rv. te vallen. Daarvoor heeft dan te gelden dat een bij dagvaarding aangekondigde wijziging van eis die vervolgens wordt neergelegd in de memorie van grieven in geval van verstek van de geïntimeerde toelaatbaar is maar een bij dagvaarding niet aangekondigde wijziging van eis niet, tenzij deze alsnog aan de geïntimeerde bij afzonderlijk exploot wordt betekend(36).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e13ff64026c6e60eec6ebe39861e321cb6cd211ca345d7932e973145f970a721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e13ff64026c6e60eec6ebe39861e321cb6cd211ca345d7932e973145f970a721, en de alinea staat in dat document op bytes 41415 tot 42398.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e13ff64026c6e60eec6ebe39861e321cb6cd211ca345d7932e973145f970a721 | shasum -a 256