Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 december 2011
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 23 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT8449.
Het hof ziet eraan voorbij dat bij de beoordeling van de vraag of de geïntimeerde incidenteel appel dient in te stellen, doorslaggevend is wat door de rechtbank in het dictum van haar vonnis met betrekking tot hem is beslist. Een geïntimeerde behoeft van een voor hem ongunstig oordeel in de rechtsoverwegingen niet in hoger beroep te gaan, tenzij die overweging heeft geleid tot een voor hem ongunstige beslissing in het dictum(12). In eerste aanleg heeft de rechtbank het verzoek van de vrouw tot veroordeling van de man om partneralimentatie te betalen, in het dictum afgewezen. De man had dus geen enkele reden om op dat punt incidenteel appel in te stellen. Voorts kan bepaald niet worden gezegd dat de man in hoger beroep het door hem in eerste aanleg gevoerde verweer met betrekking tot zijn verdiencapaciteit heeft prijsgegeven, aangezien uit de processtukken, en met name uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij het hof, blijkt dat de man ook in hoger beroep expliciet heeft verklaard dat hij "geen enkel financieel potentieel" heeft(13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32bba96eef204c379272cbb7c6c925ae2ded74b43bc5640296ca6eb3826161b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32bba96eef204c379272cbb7c6c925ae2ded74b43bc5640296ca6eb3826161b9, en de alinea staat in dat document op bytes 12248 tot 13328.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32bba96eef204c379272cbb7c6c925ae2ded74b43bc5640296ca6eb3826161b9 | shasum -a 256