Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU3922.

2.8 Het hof merkt nog op dat het voorlopig getuigenverhoor, zoals dat in artikel 185 Rv e.v. is geregeld, niet alleen beoogt mogelijk te maken dat spoedig na het plaatsvinden van omstreden feiten daaromtrent getuigenverklaringen worden afgelegd, alsmede te voorkomen dat bewijs verloren gaat, het strekt óók en vooral ertoe belanghebbenden bij een eventueel naderhand bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken geding - degene die het aanspannen daarvan overweegt, degene die verwacht dat het tegen hem zal worden aangespannen, dan wel een derde die anderszins bij dat geding belang heeft - de gelegenheid te bieden vooraf opheldering te verkrijgen omtrent de (hun wellicht nog niet precies bekende) feiten, zulks teneinde hen in staat te stellen hun positie beter te beoordelen, met name ook ten aanzien van de vraag tegen wie het geding moet worden aangespannen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5, en de alinea staat in dat document op bytes 10876 tot 11758.