Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU3922.

2.4 Nadat de door Cyrte c.s. voorgedragen getuigen waren gehoord, mocht [verzoeker] op de voet van art. 190 lid 2 Rv. van zijn kant getuigen voorbrengen. Art. 190 lid 2 Rv. geeft een voorschrift voor het tegenbewijs / de contra-enquête in het voorlopig getuigenverhoor (zie voor de gewone procedure art. 168 Rv.(4)) en bepaalt dat wanneer de wederpartij bij het verhoor ter terechtzitting verschijnt, de rechter na afloop daarvan op haar verzoek de plaats bepaalt waar en het tijdstip waarop het voorlopig getuigenverhoor voor tegenbewijs kan plaatshebben(5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5, en de alinea staat in dat document op bytes 14246 tot 14820.