Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU3922.

2.6 Zoals hiervoor onder 2.3 vermeld hebben Cyrte c.s. aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat zij getuigen wilden doen horen over de door [verzoeker] gestelde mondeling overeengekomen putoptie. Dat is dus de door Cyrte c.s. gestelde reikwijdte van het voorlopig getuigenverhoor. Reisig trekt m.i. de juiste conclusie uit het gegeven dat het tegenbewijs van art. 190 lid 2 Rv. over het onderwerp en de feiten gaat waarover de verzoeker heeft verzocht een voorlopig getuigenverhoor te gelasten: het is dan niet nodig op te geven waarover het tegenbewijs zal lopen(6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5, en de alinea staat in dat document op bytes 16887 tot 17467.