Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU3922.
2.9 M.i. past dit in het hiervoor omschreven doel van het tegenbewijs van art. 190 lid 2 Rv., te weten: het ontzenuwen van het bewijs van de ander. De contra-enquête strekt er immers mede toe om de geloofwaardigheid of overtuigende kracht van de verklaringen van de getuigen die de ander heeft doen horen, onmiddellijk of middellijk aan te tasten(10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5, en de alinea staat in dat document op bytes 19859 tot 20224.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5 | shasum -a 256