Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU3922.
2.16 In hun verweerschrift(16) betogen Cyrte c.s. dat [verzoeker] geen rechtens te respecteren belang heeft bij zijn cassatieberoep, nu tegen de tijd dat de Hoge Raad uitspraak zal doen in de onderhavige zaak, de hoofdzaak ofwel zal zijn geëindigd met een vonnis van de rechtbank, dan wel in hoger beroep aanhangig zal zijn. Ook in het laatste geval valt er volgens Cyrte c.s. geen enkel belang te ontwaren voor [verzoeker] bij zijn cassatieberoep. Daar waar reeds de appelprocedure bij het hof loopt, valt niet in te zien hoe een eventuele hervatting van het voorlopige getuigenverhoor bij de rechtbank daar valt in te passen. De enige juiste route is dan dat [verzoeker] in de appelprocedure bewijs aanbiedt van hetgeen is gebeurd voorafgaand aan het getuigenverhoor van [verweerder 2]. De proceseconomie vereist immers dat geen of slechts beperkt plaats is voor het houden van voorlopige getuigenverhoren daar waar deze verhoren geen significant belang dienen althans deze verhoren net zo goed of beter in de hoofdzaak kunnen plaatsvinden, aldus nog steeds Cyrte c.s.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5, en de alinea staat in dat document op bytes 24124 tot 25208.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22d8a30be7f09602502cbd7871b181c63f8126837f1367fd80cc0ab3138670f5 | shasum -a 256