Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU3924.

Subonderdeel VIII.2 vraagt, in de hier aangehaalde context, een oordeel van de Hoge Raad over de omvang van de onderzoeksplicht van een journalist die een (in dit geval: alleszins perifeer) gegeven in het kader van een voor derden schadelijke publicatie, daarin wil opnemen. Ik verwijs weer naar de rov. 3.3.1 en 3.3.2 van het arrest Pretium/Tros: het betreft hier een oordeel dat op weging van alle relevante omstandigheden moet berusten, en dat daarom maar in zeer beperkte mate voor toetsing in cassatie in aanmerking komt; wat in het verband van een kort geding in nog enigszins versterkte mate geldt. Het oordeel van het hof geeft allerminst blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook, anders dan subonderdeel VIII.3 betoogt, bepaald niet onbegrijpelijk. Aan de bewering, van de kant van Pretium, dat Edens de enige door Pretium aangesproken websitehouder was, kon het hof al daarom voorbijgaan, omdat Pretium in de zaak Pretium/Tros (waaraan in het partijdebat in de onderhavige zaak het nodige was ontleend) ook bezwaren tegen de door Tros beheerde website liet gelden - zodat deze bewering evident onjuist was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfd62580964df14a7d01701ff5c0bca9a23ff2d9f77f0ea726af5462c1facf20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfd62580964df14a7d01701ff5c0bca9a23ff2d9f77f0ea726af5462c1facf20, en de alinea staat in dat document op bytes 41769 tot 42908.