Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU3924.

28. Het omgekeerde geldt echter wel: als de beschikbare feiten op het moment dat een publicatie plaatsvindt, rechtvaardigen dat op dat moment een publicatie van deze inhoud wordt uitgebracht, wordt dat niet anders doordat achteraf andere feiten aan het licht komen die aantonen dat de aanvankelijke feitelijke basis tot verkeerde conclusies heeft geleid. Zoals in alinea 19 al even ter sprake kwam: de uitingsvrijheid strekt er nu juist toe dat men zich mag uitspreken over de feiten die op een gegeven moment beschikbaar zijn, met inbegrip van gevolgtrekkingen die daar, in dat stadium, redelijkerwijs aan verbonden mogen worden(28). Wanneer later blijkt dat de feiten toch anders lagen, belet dat uiteraard vanaf dat ogenblik, dat gevolgtrekkingen worden gepubliceerd die in het licht van de nieuwe feiten niet (meer) verantwoord zijn; maar dat doet niet af aan de rechtmatigheid van de publicatie zoals die eerder, onder invloed van een andere feitelijke context, heeft plaatsgehad(29).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfd62580964df14a7d01701ff5c0bca9a23ff2d9f77f0ea726af5462c1facf20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfd62580964df14a7d01701ff5c0bca9a23ff2d9f77f0ea726af5462c1facf20, en de alinea staat in dat document op bytes 33816 tot 34818.