Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2011
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU6591.
12. Een ingebrekestelling moet, zoals gezegd, aan de schuldenaar een redelijke termijn voor de nakoming stellen. Van opeisbare geldsommen zal in de regel onmiddellijke betaling kunnen worden verlangd, zij het dat ook hier de redelijkheid moet worden betracht. Zie daarover Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2008, nr. 390. Zie voorts Losbladige Kluwer Verbintenissenrecht (Katan), art. 6:82 BW, aant. 29, en ook HR 5 september 2008, LJN BD3127, NJ 2010, 272, m.nt. Jac. Hijma voor een geval waarin vanaf het moment der dagvaarding wettelijke rente kon worden gevorderd over een verbeurde boete.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b260565df03c042214ef7ac8748be41e83e69c2311cb8ad6b4a62d77b6458599. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b260565df03c042214ef7ac8748be41e83e69c2311cb8ad6b4a62d77b6458599, en de alinea staat in dat document op bytes 27625 tot 28233.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b260565df03c042214ef7ac8748be41e83e69c2311cb8ad6b4a62d77b6458599 | shasum -a 256