Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2011

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU6591.

Het middel betoogt dat van opeisbaarheid eerst sprake is bij het einde van het huwelijk. Het beroept zich daarbij, zoals gezegd, op uw arrest van 30 mei 2008, LJN BC6582, NJ 2008, 400, m.nt. Verstappen, waarin het ging om de vermogensrechtelijke afwikkeling van een bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen wettelijk deelgenootschap als bedoeld in de inmiddels vervallen regeling van art. 132-145 van Boek 1 (oud) BW. In cassatie ging het in die zaak om de vraag vanaf welke datum de man wettelijke rente verschuldigd was over het bedrag dat hij aan de vrouw diende te voldoen uit hoofde van de deling (verrekening) van de vermogensvermeerdering op de voet van het wettelijk deelgenootschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b260565df03c042214ef7ac8748be41e83e69c2311cb8ad6b4a62d77b6458599. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b260565df03c042214ef7ac8748be41e83e69c2311cb8ad6b4a62d77b6458599, en de alinea staat in dat document op bytes 31078 tot 31784.