Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 december 2011

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 2 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU6591.

Ook Breederveld is van mening dat nu voor verrekenbedingen geldt dat ten aanzien van de vordering tot verrekening van de vermogensvermeerdering na het einde van de verrekenperiode - en bij een periodieke verrekening in feite ook al eerder - de verrekening verzocht kan worden door middel van de vaststelling ervan, de vordering tot verrekening van de vermogensvermeerdering - in ieder geval - op dat moment ontstaat en voorts dat de vordering tot verrekening opeisbaar is vanaf het tijdstip dat deze vordering ontstaat, dat wil zeggen op de in art. 1:142 lid 1 BW daarvoor bepaalde momenten. (B. Breederveld, Wettelijke rente bij verdeling, verrekening en vergoeding, in: In dienst van het recht grenzen verleggen; Liber Amicorum aangeboden aan Van der Burght (2009), p. 22-24).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b260565df03c042214ef7ac8748be41e83e69c2311cb8ad6b4a62d77b6458599. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b260565df03c042214ef7ac8748be41e83e69c2311cb8ad6b4a62d77b6458599, en de alinea staat in dat document op bytes 51453 tot 52244.