Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU7412.

2.9 Weliswaar kan als geldend recht worden beschouwd dat nietigheid de sanctie op het niet voldoen aan het schriftelijkheidsvereiste vormt, maar omtrent de vraag in hoeverre aan die sanctie dient te worden vastgehouden in het geval dat er wel al sprake is van een mondeling tot stand gebrachte maar nog niet in een getekende akte neergelegde koopovereenkomst, lopen de meningen uiteen. De verdedigde standpunten laten zich, globaal genomen, in de volgende twee groepen onderverdelen. Aan de ene kant wordt het standpunt ingenomen dat de verkoper in die zin aan de mondelinge overeenkomst is gebonden dat hij, indien niet uitdrukkelijk anders is afgesproken, in beginsel gehouden is mee te werken aan het tot stand brengen van de schriftelijke overeenkomst ('niet strikte leer inzake nietigheid'). Aan de andere kant wordt het standpunt gehuldigd dat de mondelinge overeenkomst ook voor de verkoper geen gebondenheid meebrengt, zodat - behoudens bijzondere omstandigheden - ook hij niet verplicht is om mee te werken aan het neerleggen van de mondelinge overeenkomst in en het ondertekenen van een akte ('strikte leer inzake nietigheid').

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7, en de alinea staat in dat document op bytes 25003 tot 26153.