Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU7412.

2.10 Het zojuist vermelde vraagpunt is tijdens de parlementaire behandeling van artikel 7:2 BW ook aan de orde geweest. In de memorie van antwoord wordt naar aanleiding van een vraag dienaangaande in het voorlopig verslag opgemerkt: "Zolang het vormvereiste van een schriftelijke koopovereenkomst nog niet is vervuld, is de overeenkomst niet rechtsgeldig tot stand gekomen. De sanctie op het niet voldoen aan dit vormvereiste, (...), is namelijk nietigheid van de koop, overeenkomstig de hoofdregel van 39 van Boek 3. Het vormvereiste wordt immers niet alleen in het belang van de koper gesteld, maar ook in dat van de verkoper en dat van eventuele andere gegadigden (...). Dit brengt echter niet met zich mee dat de verkoper zich na het bereiken van mondelinge overeenstemming met de koper zonder meer zou mogen terugtrekken. Denkbaar is immers dat op de verkoper een verplichting rust tot medewerking aan het tot stand brengen van de koop door het opmaken van de daarvoor vereiste akte."((15)) In de nota naar aanleiding van het eindverslag laat de minister zich hieromtrent op blz. 8 nader in deze zin uit: "Zo zal het verschil uitmaken of zich al dan niet het hierboven bedoelde geval voordoet dat, zou geen vormvereiste voor de koop gelden, dat akkoord de beoogde, rechtens bindende hoofdovereenkomst zou opleveren. Zou dit geval zich wel voordoen, dan zal de verkoper in beginsel gehouden zijn om de noodzakelijke medewerking voor de totstandbrenging van de overeenkomst te verlenen.((16)) Over dit punt zijn, nadat artikel 7:2 BW al kracht van wet had verkregen, in de Tweede Kamer nog vragen gesteld, waarop de minister als volgt heeft geantwoord: "Indien mondeling overeenstemming is bereikt over de koop van een woning door een consument maar nog niet een door beide partijen ondertekende koopakte is tot stand gekomen, is nog niet voldaan aan het door artikel 7:2 gestelde vormvereiste. Dit brengt mee dat de koopovereenkomst in deze fase nog niet rechtsgeldig is tot stand gekomen. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel koop onroerende zaken in de Tweede Kamer is aan de orde geweest wat rechtens is in de "precontractuele fase". Geantwoord is dat het nog ontbreken van de verplichte koopakte niet meebrengt dat de verkoper zich na het bereiken van mondelinge overeenstemming met de koper zonder meer zou mogen terugtrekken (Kamerstuk 23 095, nr. 5, p. 13), en dat de verkoper in beginsel gehouden is medewerking te verlenen aan het opmaken van de voor totstandbrenging van de overeenkomst vereiste akte (Kamerstuk 23 095, nr. 8, p. 8). Hij is verplicht zijn gedrag mede te laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van zijn wederpartij (zie o.a. HR 23 oktober 1987, NJ 1988, 1017 en HR 15 februari 1991, NJ 1991, 493). De verkoper handelt dan ook onbehoorlijk als hij, in het geval dat mondeling overeenstemming over de koop is bereikt, de voor totstandbrenging van de overeenkomst vereiste medewerking aan het opmaken van de koopakte weigert met een beroep op het feit dat hij een hoger bod van een derde heeft ontvangen, onder mededeling aan de koper dat hij wel zal meewerken als deze het bod van de derde evenaart. Indien de verkoper weigert mee te werken aan het opmaken van de akte kan deze akte (of een deel daarvan) worden vervangen door een rechterlijke uitspraak (artikel 3:300 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7, en de alinea staat in dat document op bytes 26192 tot 29522.