Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU7412.
- M.B.M. Loos in TBR 2010/6, blz. 552 e.v.((25)) In 2003 nam Loos nog het standpunt in dat de bereikte mondelinge overeenstemming kan worden beschouwd als een voorovereenkomst die voor verkoper de gehoudenheid meebrengt om mee te werken aan de definitieve totstandkoming van de koopovereenkomst door schriftelijke vastlegging ervan.((26)) Op dat standpunt komt hij in 2010 terug naar aanleiding van de bevinding in het Rapport Keirse c.s. dat het schriftelijkheidsvereiste in de praktijk duidelijk ook de belangen van de verkoper dient. Het vereiste dient derhalve het belang van zowel de koper als de verkoper en dan moet, zolang het vormvoorschrift niet is nageleefd, op de voet van artikel 3:39 BW van nietigheid te worden uitgegaan. In de conclusie merkt hij op dat hij alsnog de opvatting onderschrijft dat de mondelinge overeenstemming geen rechtsgevolgen heeft, noch voor de koper, noch voor de verkoper.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7, en de alinea staat in dat document op bytes 40310 tot 41235.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7 | shasum -a 256