Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU7412.
Indien de mondelinge afspraken niet tot gebondenheid leiden, kan het leerstuk van de precontractuele redelijkheid en billijkheid worden toegepast in situaties waar in de fase vóórdat de akte (en daarmee de koopovereenkomst) tot stand is gekomen, in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid wordt gehandeld. Met toepassing van de norm zoals neergelegd in de jurisprudentie, kan dan schadevergoeding of, indien nog zinvol, een verplichting tot dooronderhandelen worden gevorderd. Indien het bestaan van een mondelinge overeenstemming kan worden aangetoond is dit een factor bij de beoordeling of een dergelijke vordering zal moeten worden toegekend. Voor een vordering die verplicht tot meewerken aan het opstellen van de akte, lijkt op basis van dit leerstuk geen ruimte, mede (of vooral) gezien de strenge en terughoudende norm die binnen dit leerstuk gehanteerd wordt. Iets anders geldt wellicht onder zeer uitzonderlijke omstandigheden als opzettelijke misleiding of misbruik van omstandigheden, maar ook in die gevallen kan een oplossing worden gevonden in het toekennen van schadevergoeding."((27))
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7, en de alinea staat in dat document op bytes 42001 tot 43129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7 | shasum -a 256