Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU7412.
2.15 Ook in het Rapport Keirse c.s. wordt de strikte benadering aanbevolen. Dient aan die aanbeveling gevolg te worden gegeven en dus niet aan het tijdens de parlementaire behandeling door de minister uitgedragen standpunt? De bevinding van de evaluatiecommissie dat het belang van het schriftelijkheidsvereiste niet in de eerste plaats is gelegen in het vereenvoudigen van de bepaling van het aanvangstijdstip van de bedenktijd voor de koper, maar in het voor zowel voor de koper als de verkoper mogelijk maken om op meer verantwoorde wijze te komen tot een toestemmen in de koop respectievelijk verkoop, vormt op zichzelf een sterk argument om aan de aanbeveling gehoor te geven. Het vereiste bevordert, zo wijst de bevinding uit, dat meer duidelijkheid en zekerheid ontstaat omtrent hetgeen met betrekking tot de koop respectievelijk verkoop dient te worden overeengekomen en ten slotte wordt overeengekomen. Onder die omstandigheid valt niet in te zien dat voor de verkoper wel in beginsel gebondenheid aan een mondelinge overeenkomst moet worden aangenomen en voor de koper niet. Doet men dat wel dan ontstaat er een niet goed te rechtvaardigen verschil in behandeling van de verkoper ten opzichte van de koper. Een en ander ontneemt de overtuigingskracht aan het eerste nog door Bartels gehanteerde argument, dat de strikte benadering - nietigheid van mondelinge wilsovereenstemming en in beginsel geen verplichting voor de verkoper om mee te werken aan schriftelijke vastlegging - betekent dat invoering van het art. 7.2 BW de positie van de consument-koper van een woning heeft verslechterd. Het in de rechtspraktijk bevestigde gegeven dat het schriftelijkheidsvereiste evenzeer in het belang van de verkoper is, rechtvaardigt dat de koper ook wat inlevert. Hij behoudt intussen de winst van de bedenktijd. Wel blijft op zichzelf staan het tweede door Bartels opgevoerde argument te weten dat een verkoper tegenover een professionele koper gebonden kan raken zonder dat de koop/verkoop op schrift is vastgelegd. Deze omstandigheid maakt echter niet zozeer duidelijk dat het niet relativeren van de nietigheid ten opzichte van de verkoper onjuist is als wel dat het niet gelukkig is dat het schriftelijkheidsvereiste niet ook geldt, indien de koper een professionele partij is. Ook dan doet de bescherming die het schriftelijkheidsvereiste aan de verkoper biedt, opgeld. In ieder geval valt dat aan te nemen ten aanzien van de verkoper die een consument is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7, en de alinea staat in dat document op bytes 43167 tot 45644.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7 | shasum -a 256