Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BU7412.
10. Zie in dit verband C.G. Breedveld-de Voogd, Vorm, vrijheid en gebondenheid bij de koop van een woning, diss. Leiden, 2007, blz. 47, 48 en 49. Op blz. 48 schrijft deze auteur: "Wanneer we de parlementaire geschiedenis analyseren moet de conclusie zijn dat de daarin wel genoemde rechtszekerheid niet de ware ratio van de wetgever kan zijn geweest voor de invoering van het schriftelijkheidsvereiste. De wetgever stelt het schriftelijkheidsvereste in dienst van de bedenktijd." Tijdens het wetgevingsoverleg op 26 november 2001 merkt Minister Korthals ook op dat het wetsvoorstel zich primair op de koper richt als vaker de zwakkere partij. Daarom wordt aan hem en niet aan de verkoper de bedenktijd gegeven; zie TK 2001-2002, 23 095, nr. 14, blz. 23. Breedveld-de Voogd acht de nietigheid overigens de juiste sanctie. Het geschrift vormt een bestanddeel van de tot stand te brengen rechtshandeling; pas met het vastleggen van de koopovereenkomst in een akte en het onder-tekenen van die akte door beide partijen komt de beoogde rechtshandeling van koop en verkoop tot stand; zie t.a.p. blz. 49 t/m 52 jo. blz. 38.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7, en de alinea staat in dat document op bytes 55315 tot 56444.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73a2fc00c122d7ee2d151d4ee6d487e047b8ddb5413c32ff9dc87cc69785ffc7 | shasum -a 256