Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BV7227.

De Staatssecretaris stelt één middel voor, inhoudende dat het Hof art. 4 Wet BVR en art. 8:77 Awb in samenhang met de leerstukken van fiscale herkwalificatie dan wel fraus legis heeft geschonden door in casu geen aanmerkelijk belang in de zin van art. 4 Wet BVR aanwezig te achten. Hij acht 's Hofs oordeel niet begrijpelijk en getuigen van gebrek aan realiteitsgevoel. Ter toelichting stelt de Staatssecretaris dat hoewel in 1999 voor de toepassing van art. 4 Wet BVR nog geen onderscheid werd gemaakt naar soortaandelen, aan een in 1999 opgezette aandelenspreiding over verschillende betrokkenen wel degelijk realiteitsgehalte moet toekomen om fiscaal aanvaard te worden, zowel wat betreft het bestaan van de preferente aandelen als wat betreft de toerekening van (de macht over) die preferente aandelen aan personen. In casu is sprake van een papieren aangelegenheid zonder realiteitswaarde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/543fdddb380a9cdb842af89e029aa8ffa767a9897786b081d4ec0076e2331cbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 543fdddb380a9cdb842af89e029aa8ffa767a9897786b081d4ec0076e2331cbd, en de alinea staat in dat document op bytes 35271 tot 36180.