Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011

Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BV7227.

Naar het oordeel van het Hof dienen, in het kader van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de WBR, onder partijen als bedoeld in 4.7 in ieder geval te worden begrepen de partij die de onroerende zaak inbrengt en de partijen die door de inbreng een belang verkrijgen in die onroerende zaak. Aldus dient te worden beoordeeld of belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat de overeenkomst van 26 augustus 1999 de strekking had om A in actieve samenwerking met de verkrijgers van (...) [de onroerende zaak; PJW] voordeel te doen behalen door middel van hun inbreng. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/543fdddb380a9cdb842af89e029aa8ffa767a9897786b081d4ec0076e2331cbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 543fdddb380a9cdb842af89e029aa8ffa767a9897786b081d4ec0076e2331cbd, en de alinea staat in dat document op bytes 63704 tot 64299.