Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011
Onder 1.2 Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BV7227.
Op grond van de tekst van de artt. 2(1) en 4(1)(a) Wet BVR zoals deze in 1999 luidden, was de belanghebbende ter zake van de verkrijging van de aandelen geen overdrachtsbelasting verschuldigd, nu 30% minder is dan een derde gedeelte van het nominaal gestorte kapitaal. De Inspecteur en de Staatssecretaris van Financiën (de Staatssecretaris) menen dat desondanks overdrachtsbelasting verschuldigd is omdat - kort gezegd - de plaatsing van de preferente aandelen bij J bij fiscaalrechtelijke kwalificatie van de feiten dan wel toepassing van fraus legis genegeerd of gesubstitueerd moet worden wegens gebrek aan reële betekenis. Zij menen dat de belanghebbende in (economische) werkelijkheid moet worden geacht meer dan een derde gedeelte van het nominaal gestorte kapitaal verkregen te hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/543fdddb380a9cdb842af89e029aa8ffa767a9897786b081d4ec0076e2331cbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 543fdddb380a9cdb842af89e029aa8ffa767a9897786b081d4ec0076e2331cbd, en de alinea staat in dat document op bytes 7753 tot 8561.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/543fdddb380a9cdb842af89e029aa8ffa767a9897786b081d4ec0076e2331cbd | shasum -a 256