Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011

Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BV7227.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 8 juli 1992, nr. 28 211, BNB 1992/308 geoordeeld dat er geen sprake kan zijn van fraus legis wanneer aangenomen moet worden dat als de wetgever een voor de hand liggende ontgaansmogelijkheid had willen uitsluiten, hij daarvoor een regeling zou hebben getroffen. Artikel 4 van de Wet BRV, zoals dit per 28 december 2000 in werking is getreden, is een zogenoemde anti-misbruikbepaling, waarvan de strekking is te voorkomen dat door middel van constructies zoals het tussenschuiven van rechtspersonen de heffing van overdrachtsbelasting wordt ontgaan (Tweede Kamer, vergaderjaar 1999-2000, 27 030, nr. 3). Artikel 4 van de Wet BRV is geredigeerd met het doel te voorkomen dat door middel van aandelenoverdrachten onroerende zaken worden verkregen zonder dat de heffing van overdrachtsbelasting aan de orde komt. Nu de wijziging van artikel 4 van de Wet BRV op het in geding zijnde tijdstip van verkrijging nog niet in werking was getreden en eiseres onweersproken heeft gesteld dat de door eiseres gevolgde handelwijze in die tijd gebruikelijk was en niet is gebleken dat deze in strijd was met de toen geldende wetgeving, is er geen ruimte voor toepassing van het leerstuk van fraus legis."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/543fdddb380a9cdb842af89e029aa8ffa767a9897786b081d4ec0076e2331cbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 543fdddb380a9cdb842af89e029aa8ffa767a9897786b081d4ec0076e2331cbd, en de alinea staat in dat document op bytes 27895 tot 29133.