Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BP6667.
De vraag rijst dan hoe dergelijke situaties van panden in gemengd gebruik moeten worden opgelost. In de sfeer van de bron "winst uit onderneming" gelden hiervoor de regels inzake de vermogensetikettering. In genoemde situatie is sprake van keuzevermogen, zodat de belastingplichtige binnen de grenzen der redelijkheid de keuze heeft om het vermogensbestanddeel te etiketteren tot privé-vermogen. Uit niets blijkt dat in de nieuwe Wet inkomstenbelasting 2001 met de regels van de vermogensetikettering wordt gebroken. De regels inzake de vermogensetikettering zijn immers gebaseerd op de totaalwinstconceptie van art. 7 Wet IB 1964, welk artikel integraal wordt overgenomen in het nieuwe art. 3.2.2.1 Wet IB'01. Ik ga er vooralsnog dan ook van uit dat de regels inzake de vermogensetikettering onder het nieuwe regime van de Wet inkomstenbelasting 2001 ongewijzigd blijven gelden. De vraag is dan of deze regels inzake de vermogensetikettering ook gelden in de aanmerkelijkbelangsfeer voor de aan de vennootschap ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen. Bestudering van de wetteksten en de memorie van toelichting brengen mij tot de conclusie dat dit inderdaad het geval is. (...)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03cb4b32841677a780ad952ca76201e8bd802527752077dd586f38fcd9abce60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03cb4b32841677a780ad952ca76201e8bd802527752077dd586f38fcd9abce60, en de alinea staat in dat document op bytes 48566 tot 49766.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03cb4b32841677a780ad952ca76201e8bd802527752077dd586f38fcd9abce60 | shasum -a 256