Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ1248.
Tegen een vergelijking tussen art. 10a Wet VPB 1969 en art. 13, eerste lid (oud), Wet VPB 1969 kan worden ingebracht dat er een belangrijk verschil bestaat tussen art. 13, eerste lid, Wet VPB 1969 en art. 10a Wet VPB 1969. Art. 10a Wet VPB 1969 is gericht op het tegengaan van de uitholling van de belastinggrondslag terwijl de deelnemingsvrijstelling van art. 13 Wet VPB 1969 tot doel heeft dubbele belasting te voorkomen (ne-bis-in-idemgedachte: winst die bij de dochter is belast, dient niet nogmaals met vennootschapsbelasting te worden getroffen op het niveau van de moedermaatschappij) en naar haar aard ziet op zowel positieve als negatieve resultaten die met de deelneming worden behaald.(25) Wij zijn echter van mening dat de aftrekbeperking van art. 13, eerste lid (oud), Wet VPB 1969 eigenlijk niet thuishoorde in de deelnemingsvrijstelling. De aftrekbeperking van art. 13, eerste lid (oud), Wet VPB 1969 had immers geen betrekking op resultaten uit de deelneming (haar ratio was dus niet gebaseerd op de ne-bis-in-idemgedachte) maar zij was, net als art. 10a Wet VPB 1969, gericht op het tegengaan van de uitholling van de belastinggrondslag door het creëren van rentestromen (terwijl het met de schuld gefinancierde activum geen belastbare baten opbrengt vanwege de deelnemingsvrijstelling). Het tegengaan van grondslaguitholling verklaart echter niet waarom valutawinsten ook dienden te worden vrijgesteld onder art. 13, eerste lid (oud), Wet VPB 1969. De specifieke ratio voor een vrijstelling van valutawinsten op 13-eerste-lidschulden was gelegen in een hedginggedachte: zij werd in 1997 ingevoerd om een ongewenste discrepantie weg te nemen tussen de fiscale behandeling van valutaresultaten op de deelneming zelf en valutaresultaten op de daarmee verband houdende schuld.(26) Deze hedginggedachte lag echter niet ten grondslag aan het opnemen van valutaresultaten in art. 10a Wet VPB 1969. Voor de behandeling van valutawinsten onder art. 10a Wet VPB 1969 lijkt een vergelijking met het oude art. 13, eerste lid, Wet VPB 1969 daarom minder voor de hand te liggen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f50ec1ba79200da6f9cff07695ab72a64afa6f140012cb6e4d10f9296e35337. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f50ec1ba79200da6f9cff07695ab72a64afa6f140012cb6e4d10f9296e35337, en de alinea staat in dat document op bytes 51437 tot 53534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f50ec1ba79200da6f9cff07695ab72a64afa6f140012cb6e4d10f9296e35337 | shasum -a 256