Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2012

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ4724.

- Het gebrek aan eenduidigheid dat ik bij het vorige "gedachtestreepje" aangaf, wordt nog wat versterkt door het feit, dat het in de vier wetsbepalingen waarnaar art. 1:261 lid 5 BW verwijst, steeds gaat om minderjarigen die onder toezicht staan. Wanneer, zoals art. 29b lid 7 Wjz schijnt te bepalen, de machtiging krachtens dat wetsartikel geldt als een machtiging op de voet van art. 1:261 BW, zou de van-toepassing-verklaring die in art. 1:261 lid 5 BW plaatsvindt, daarom overbodig zijn - terwijl de wetgever die juist kennelijk wél nodig heeft geoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8395dbf43459999c0bf3864e6f3430d28205d1cea962b53e53734da7b8b22544. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8395dbf43459999c0bf3864e6f3430d28205d1cea962b53e53734da7b8b22544, en de alinea staat in dat document op bytes 14702 tot 15276.