Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2012
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ4724.
- De aan wettekst en wetsgeschiedenis te ontlenen argumenten houden elkaar vrij goed in evenwicht. De beschouwingen bij de totstandkoming van art. 29b e.v. Wjz laten intussen zien dat de wetgever in die - betrekkelijk kort achter ons liggende - periode, de overwegingen die ruim tien jaar daarvóór aan de regel van art. 1:262 lid 3 BW ten grondslag werden gelegd, niet meer onverkort onderschrijft. Nu het hier recentere wetgeving betreft, denk ik dat er eerder aanleiding is om de strekking daarvan tot richtsnoer te nemen, dan de aan de "oudere" regeling ten grondslag gelegde gedachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8395dbf43459999c0bf3864e6f3430d28205d1cea962b53e53734da7b8b22544. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8395dbf43459999c0bf3864e6f3430d28205d1cea962b53e53734da7b8b22544, en de alinea staat in dat document op bytes 16260 tot 16864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8395dbf43459999c0bf3864e6f3430d28205d1cea962b53e53734da7b8b22544 | shasum -a 256