Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2012
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ4724.
- Ik deel de kennelijk bij de wetgever in 2007 bestaande opvatting, dat de hantering van tamelijk krappe termijnen ten opzichte van "de instanties" die in de kinderbescherming de centrale rol moeten spelen, niet veel bijdraagt tot snellere c.q. betere implementatie, en wel de nodige "bureaucratisering" kan opleveren(18). Vanuit een oogpunt van doelmatigheid en zinnige regelgeving denk ik dan ook dat de bij de totstandkoming van de wet van 2007 gemaakte keuzes, de voorkeur verdienen boven die, die bij de totstandkoming van art. 1:262 lid 3 zijn gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8395dbf43459999c0bf3864e6f3430d28205d1cea962b53e53734da7b8b22544. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8395dbf43459999c0bf3864e6f3430d28205d1cea962b53e53734da7b8b22544, en de alinea staat in dat document op bytes 16872 tot 17443.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8395dbf43459999c0bf3864e6f3430d28205d1cea962b53e53734da7b8b22544 | shasum -a 256