Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 167 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ8596.

Geen bevreemding mag wekken dat het hof zich in het arrest van 4 maart 2009 in het bijzonder heeft gebogen over de vraag of het de officier van justitie was toegestaan aldus te beslissen. Het verweer was immers ingekleed op het tegendeel. Bij de beantwoording daarvan heeft het hof zich een zelfstandig oordeel aangemeten over de inhoud van het redelijk vermoeden van schuld en de toepassing van artikel 126dd Sv, met als conclusie dat de officier van justitie rechtmatig heeft gehandeld. Deze motivering brengt niet mee dat het hof alleen het eigen oordeel voor dat van de officier van justitie in de plaats zou hebben gesteld. Het middel moet dus falen vanwege een verkeerde lezing van 's hofs arrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347, en de alinea staat in dat document op bytes 60851 tot 61567.