Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 212 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ8596.

1.5. Dit is blijkens het tussenarrest van 3 november 2008 met name gebaseerd op de overweging van uw Hof dat het horen van [betrokkene 2] en kennisname van zijn rapportage geen toegevoegde waarde zou hebben omdat "reeds voordat [betrokkene 2] zich ging verdiepen in de zaak, de officier van justitie al toestemming (had) gegeven voor het gebruik van de door de tap verkregen gegevens, omdat vermoedelijk sprake was van fiscale delicten." Uit de processtukken kan naar het oordeel van cliënt echter géén bewijs worden gevonden voor het oordeel dat op het moment van de ter beschikking stelling van de gegevens reeds sprake was een redelijk vermoeden van schuld aan een fiscaal delict. Dat kan ook niet nu de tapgesprekken uit het Hades-onderzoek zijn vrijgegeven en gebruikt op een moment dat zowel in de [betrokkene 3]-zaak als in de [betrokkene 1]-zaak nog geen strafbare feiten waren gepleegd, daaromtrent geen verdenkingen waren ontstaan en konden zijn ontstaan terwijl bovendien in die periode ook geen enkel initiatief is genomen om een strafrechtelijk onderzoek te starten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347, en de alinea staat in dat document op bytes 81146 tot 82241.