Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 238 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ8596.

5.8. De Advocaat-generaal geeft nog aan dat de rapportage vàn [betrokkene 2] veel privacygevoelige informatie betreffende andere personen zou bevatten. De verdediging vindt die stelling ongemotiveerd en bovendien niet overtuigend. Deze strafzaak Iaat juist zien dat in strafzaken vaak een inbreuk op de privacy van mensen wordt gemaakt. Waarom die privacy nu een argument zou zijn om een stuk niet aan het dossier toe te voegen, begrijpt de verdediging niet. Het Openbaar Ministerie heeft zelf besloten deze belastingzaken in het strafrecht te betrekken en daarmee de openbaarheid te zoeken. De privacy van de verdachten is daarbij bewust ondergeschikt gemaakt aan het belang van openbaarheid van de strafzaak. Ook in dat licht komt het argumenten van de Advocaat-generaal gezocht over. Daar waar het hem uitkomt ziet hij geen enkel probleem om privacybelangen te negeren (bijvoorbeeld bij het uitluisteren van telefoontaps ter zitting) terwijl bij het beoordelen van belangen van de verdediging ineens - zonder enige concretisering - privacybelangen worden gebruikt om meer duidelijkheid over een schimmig, immers niet in een proces-verbaal gerelateerd, voortraject te voorkomen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347, en de alinea staat in dat document op bytes 89391 tot 90586.