Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 374 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ8596.
9.11. Hierboven schreef ik reeds dat bij de vraag of de onjuiste of onvolledige belastingaangifte strekt tot de heffing van te weinig belasting m.i. de totaalwinst van de BV in aanmerking moet worden genomen. In dat verband is het verschil in karakter van de twee besproken vermogensbestanddelen van belang. De vordering op de grootaandeelhouder neemt in het vermogen van de BV een andere plaats in dan een (fictief opgevoerde) beleggingsportefeuille. In latere jaren is ter zake van beide vermogensbestanddelen waardestijging mogelijk, maar die is bij het aandelenpakket beperkt tot de waardestijging van die aandelen en opties zelf, terwijl bij de vordering van de BV op de aandeelhouder diens volledige vermogen moeten worden ingecalculeerd. Indien de aandeelhouder (op welke wijze ook) uit andere bronnen substantiële inkomsten verkrijgt, zou dit in een later jaar eventueel kunnen leiden tot een verplichte opwaardering van de vordering, zulks vanwege de toegenomen verhaalbaarheid. Kortom, in het betreffende belastingjaar is wellicht het nemen van een even groot verlies op beide vermogensbestanddelen denkbaar, maar op de (iets) langere termijn hebben wij van doen met twee onvoldoende vergelijkbare vermogensbestanddelen. Die kunnen zich uiteenlopend ontwikkelen en die zijn dus niet geëigend om in de plaats van de ander te treden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347, en de alinea staat in dat document op bytes 151091 tot 152447.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347 | shasum -a 256