Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 375 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ8596.

9.12. Er is nog een reden waarom het middel niet zou mogen slagen. Het Hof heeft namelijk feitelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de terugwerkende inbreng van de beleggingsportefeuille heeft geresulteerd in een te laag bedrag aan rente dat in 2001 en 2002 op de schuld van [betrokkene 3] is bijgeboekt.(57) Indien de beleggingsportefeuille eerst per 2003 was ingebracht, zou dit vermogensbestanddeel immers aanzienlijk minder waard zijn geweest dan de daadwerkelijk opgegeven waarde per 1 januari 2001. Op de vordering is dus een te hoog bedrag afgeboekt. Over 2001 en 2002 had de BV over de vordering op de grootaandeelhouder meer rente moeten bijboeken. Gelet op het objectieve karakter van het strekkingsvereiste leidt dit aspect alleen al tot de conclusie dat de gedraging geschikt was om teweeg te brengen dat te weinig belasting wordt geheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347, en de alinea staat in dat document op bytes 152467 tot 153338.