Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 479 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ8596.

11.5. Eerst meer in het algemeen enige beschouwingen over de term "opzettelijk" in artikel 69 AWR. In het strafrecht geldt als regel dat "kleurloos opzet" toereikend is voor het bewijs van opzet. Dit kleurloze opzet is enkel gericht op het vervullen van bepaalde bestanddelen van de delictsomschrijving. Dit betekent - in beginsel - dat niet de verdergaande eis wordt gesteld van aanwezigheid van het "boze" opzet, namelijk de wetenschap dat met het begaan van het omschreven delict de wettelijke norm wordt overtreden.(64), (65) Op deze regel zijn uitzonderingen mogelijk. De vraag rijst dan of het door artikel 69, tweede lid AWR vereiste opzet exemplarisch is voor zo'n uitzondering. Er zijn wel argumenten te vinden in de wetsgeschiedenis waarmee een negatieve beantwoording van deze vraag kan worden onderbouwd.(66) Het door artikel 69, tweede lid AWR geëiste opzet bestrijkt in die visie slechts de daaropvolgende in de hoofdzin opgenomen delictsbestanddelen (onjuistheid of onvolledigheid van de aangifte) en vergt - in beginsel - niet een vorm van bekendheid met of gerichtheid op het niet naleven van de fiscale voorschriften.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347, en de alinea staat in dat document op bytes 192450 tot 193600.