Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012
Alinea 484 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ8596.
11.10. Het hof heeft met zijn bewijsmotivering onder 3 kennelijk beoogd aan te tonen dat de verdachte niet alleen feitelijke onjuistheden heeft doen opnemen in de belastingaangifte van zijn cliënt, maar ook dat de fiscale onjuistheid van de daaruit afgeleide gevolgtrekkingen in beginsel voor hem kenbaar was. Die overweging kan niet los gezien worden van de twee daaraan voorafgaande. Het komt erop neer dat de verdachte wist dat [betrokkene 1] fiscaal in Nederland woonde, en niet elders, en dat de verdachte wist dat in de belastingaangiften op zijn instigatie het tegendeel werd gepresenteerd. Een vorm dus van een door fiscale motieven ingegeven schijnhandeling, die door de rechter en de fiscus mag worden genegeerd. Het hof voegt daaraan toe dat de verdachte vanwege zijn belastingkundige kennis "moet hebben geweten" dat zulks fiscaal onjuist was. Die wetenschap wordt door het hof niet alleen afgeleid uit verdachtes veronderstelde kunde en vaardigheden, maar tevens uit opmerkingen van de verdachte over - onder meer - de zijns inziens te verwaarlozen kans op fiscaal succes.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347, en de alinea staat in dat document op bytes 195795 tot 196895.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347 | shasum -a 256