Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Alinea 588 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BQ8596.

12.15. Dan de tweede vraag, die betrekking heeft op de regelgeving van de belastingverdragen Nederland-België.(74) Het hof heeft tot uitgangspunt genomen dat niet deze verdragen, maar de nationale wetgeving van zowel Nederland als België afzonderlijk bepaalt wie als inwoner van die Staten heeft te gelden. Nadat op basis van de nationale wetgeving is vastgesteld dat een belastingplichtige inwoner is van beide Staten wijst artikel 4, tweede lid voor de toepassing van die verdragen fictief het inwonerschap van de belastingplichtige toe aan één van de Staten.(75) De belastingverdragen maken dus geen inbreuk op de heffingsgrondslag die uit nationale wetgeving voortvloeit, aldus het hof. Het gaat thans in cassatie echter alleen om de vraag of het andersluidende standpunt van de verdediging pleitbaar is. Wellicht is immers nog wel goed verdedigbaar dat [betrokkene 1] niettemin bestempeld moest worden als buitenlands belastingplichtige, namelijk als uitvloeisel van die belastingverdragen, en dat hij ook als zodanig aangifte had mogen doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb9cbd7e68bb0cabbef6fdafa7228833f6c752b3fdd5ad82abbbdc5752e7f347, en de alinea staat in dat document op bytes 230551 tot 231615.