Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012

Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BR3040.

50. Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, zoals hiervoor weergegeven, en 's hofs nadere bewijsoverweging heeft het hof kunnen afleiden dat verzoeker de bewezenverklaarde doodslag, gevolgd of vergezeld of voorafgegaan van diefstal van een sieraad en poging tot diefstal van een of meer sieraden en/of een geldbedrag heeft begaan. Voor een verdergaande toetsing is in cassatie geen plaats. Anders dan de steller van het middel ben ik van mening dat het het hof vrij stond de verklaring van [betrokkene 13] als bewijsmiddel te gebruiken. De inhoud van haar verklaring kan in samenhang worden gelezen met de processen-verbaal opgemaakt door de verbalisanten. In het gebruik van haar verklaring als bewijsmiddel ligt besloten dat het hof kennelijk geen geloof heeft gehecht aan het standpunt van de verdediging dat de door haar omschreven sieraden reeds waren teruggevonden. Bovendien is de plek waar de twee hangers zijn gevonden opmerkelijk te noemen; dat de verbalisant hieruit als hypothese heeft aangenomen dat deze hangers zeer waarschijnlijk hebben deel uitgemaakt van een halsketting en dat het hof deze hypothese tot de zijne heeft gemaakt acht ik niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/062ecb665839b559fed883a70f3de26d22b9a152200f9526b12e594693858ca2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 062ecb665839b559fed883a70f3de26d22b9a152200f9526b12e594693858ca2, en de alinea staat in dat document op bytes 75307 tot 76497.