Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BR4790.

6.5.3. Het in 6.5.1 en 6.5.2 overwogene heeft voorts tot gevolg dat wanneer de termijn van artikel 11 AWR is verstreken het in rekening brengen van heffingsrente alleen nog mogelijk is met dienovereenkomstige toepassing van artikel 16 AWR. Voor navordering bestaat evenwel geen grond, aangezien het aanvankelijk niet in rekening brengen van heffingsrente door de Inspecteur moet worden aangemerkt als een zijnerzijds begaan ambtelijk verzuim. Van een met een schrijf- of tikfout gelijk te stellen vergissing die voor belanghebbende als zodanig kenbaar was, is, naar uit het door belanghebbende gestelde en door het Hof aannemelijk geachte, volgt, in dat geval geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d25fac79dbf13a0f233c26b984332d810a186d0afa4bd4fa6680dab3911ad1df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d25fac79dbf13a0f233c26b984332d810a186d0afa4bd4fa6680dab3911ad1df, en de alinea staat in dat document op bytes 42221 tot 42906.