Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2012

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT1816.

21. Hoewel ik van mening ben dat van zo een uitzonderlijk geval sprake is - de rechtspersoon en de natuurlijke persoon vallen in deze zaak nagenoeg volledig samen - hoeft dit mijns inziens evenwel niet te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het O.M. Dit omdat het O.M. de gelijktijdige vervolging van de natuurlijke en de rechtspersoon op basis van opportuniteitsoverwegingen kan rechtvaardigen. Ik wijs in dit verband op het arrest van de Hoge Raad van 8 mei 2001 (NJ 2001, 507). In dat arrest is bepaald dat wederrechtelijk verkregen voordeel door een B.V. waarvan de veroordeelde enig directeur-grootaandeelhouder is, niet hoeft te gelden als voordeel voor die directeur. Met andere woorden: zou het O.M. in de onderhavige zaak enkel de natuurlijke persoon hebben vervolgd, bestond op basis van de jurisprudentie het risico dat ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel niet haalbaar was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33b4b2db9252bcabb5454b86f7bcf209fecc176c8569390dcad24ce320a02cfe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33b4b2db9252bcabb5454b86f7bcf209fecc176c8569390dcad24ce320a02cfe, en de alinea staat in dat document op bytes 8825 tot 9733.